Wij willen Jezus zien (Joh. 12 ,20-33)

 

Op de vijfde zondag, al dicht bij de Goede Week, krijgen wij het verhaal van enkele Grieken die in Jeruzalem waren toen Jezus er was. Zij wenden zich tot de apostel Filippus met de vraag om Jezus te zien. Deze geeft hun verzoek door aan Andreas die het aan Jezus voorlegt. Uit de evangelietekst kunnen we niet uitmaken of deze mensen een contact met Jezus hebben gehad en hun vraag met een ja of een neen heeft beantwoord. Maar we krijgen belangrijke uitspraken van Jezus, die wijst op de beslissende momenten van zijn leven, die zullen aanbreken en waarin zij die ontvankelijk zijn hem zullen zien. Het is zijn diepste wens dat allen hem zullen zien. Hij zelf wil immers allen aantrekken.

De graankorrel

Wij kunnen naar hem opzien. Hij is verheven op het kruis. Hij is het gestorven graan dat opschiet en nieuwe halmen vormt met veel graankorrels. De graankorrel die sterft en nieuw leven geeft, is een symbool, een beeld van Jezus, van zijn dood en zijn verrijzenis.

Deze graankorrel is ook het beeld voor wat ons leven kan zijn. Wij kunnen leven geven door te sterven. Pater Marcel Weemaes zorgde voor de tekst en de melodie van het schone lied Gestorven graan.

Gestorven graan wordt brood,

geperste druiven wijn van vreugd',

zo gaat doorheen de dood

wat blijven zal en reeds verheugt.

Een mens moet leren sterven

om Leven te be-erven.

Wij zullen voor elkaar

de aarde en de hemel zijn,

daarom is dit gebaar:

gebroken brood, gedronken wijn,

een overvloed van leven, een teken ons gegeven. (ZJ 921)

Onder de parabels van Jezus, die Matheus, Marcus en Lucas hebben opgetekend, zijn er enkele die betrekking hebben op het wonder van de groei en de vruchtbaarheid van het zaad (Mc. 4,1-20; 26-34).

Het graan slaapt in de aarde

en 't hemels koninkrijk,

verborgen in de wereld

is aan het graan gelijk

Nadat het uitgestrooid is

wisselen dag en nacht

Geen weet hoe het gegroeid is

het draagt vanzelve vrucht.

De halm groeit in de vore,

en in die halm de aar,

en in die aar het koren.

het wordt vanzelve zwaar.

Wanneer het koren rijp is,

laat God de sikkel slaan,

omdat zijn koninkrijk is

geborgen in het graan (ZJ 937)

Jezus ontmoeten

Bijna elke zondag houdt paus Franciscus, zoals ook zijn voorgangers deden, een korte toespraak bij het Angelus gebed op de middag. Meestal verwijst hij daar naar het evangelie van die zondag. Dit heeft hij ook de voorbije jaren (2015; 2018, 2021) gedaan bij dit evangelie van Johannes. Hij trok de aandacht op deze belangrijke vraag van de aanwezige Grieken. “Heer, wij zouden Jezus graag spreken.” De paus nam in de voorbije jaren deze vraag over. Wij willen Jezus zien. Hij hoort daarin de wens van zoveel mannen en vrouwen op zoveel plaatsen die diezelfde vraag stellen. Zien betekent bij Johannes de wens om door te dringen tot de kern, tot het innerlijke van een persoon

Het is volgens de paus een wens die schuilt in het hart van veel mensen, van vroeger en nu.

Het is een vraag die wij onszelf kunnen stellen. Willen wij Jezus zien en beseffen wij dat ander mensen ditzelfde verlangen hebben?

Leven we zo dat anderen smaak krijgen in het evangelie en in vriendschap met Jezus?

Opzien naar het kruis

Jezus gaf een verrassend antwoord op de vraag van de Grieken: “Het uur is gekomen dat de mensenzoon verheerlijkt wordt. Voorwaar; als de graankorrel niet in de aarde valt, blijft hij alleen. Als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort.” Daarmee zei Jezus dat al wie hem wil kennen, naar de graankorrel moet kijken, naar de graankorrel die sterft, naar Jezus op het kruis.

Opzien naar het kruis om Jezus te kennen. Het kruis, het hangt als teken van verbondenheid in de kerk, in een huis. Wij dragen het als herkenningsteken. Het roept misschien nog een herinnering op aan het kruisje s ‘avonds ons gegeven voor het slapengaan.

't Eerste dat mij moeder vragen
leerde, in lang verleden dagen, als ik hakkelde, ongeriefd*
nog van woorden, 't was, te gader*
bei mijn handjes doende: "Vader,
geef me een kruiske, als 't u belieft!"

'k Heb een kruiske dan gekregen,
menig keer, en wierd geslegen*
op mijn kake, zacht en zoet...
Ach, ge zijt mij, bei te gader,
afgestorven, moeder, vader,
't geen mij nu nog leedschap* doet!

Maar, dat kruiske, 't is geschreven
diep mij in de kop gebleven,
teken van mijn erfgebied:*
die de schedel mij aan scherven
sloege, en hiete* 't kruiske derven,
nog en hadde' hij 't kruiske niet!

Guido Gezelle

Het kruis van Jezus, aldus de paus, is als een teken van de levensboom. Het drukt, liefde, dienst, gave uit. Veel mensen hebben een verwachting naar Jezus en dit houdt een grote verantwoordelijkheid in voor de christenen om te kiezen voor een levensstijl van nabijheid, medeleven en tederheid. Raakt ons het sterven van een mens, zien we het lijden van mensen, kunnen we ons bukken om mensen op te tillen? Durven we uit ons vertrouwd midden treden in dienst van anderen? “Vandaag vraagt de Heer van ons een cultuur van dienstbaarheid, geen wegwerpcultuur. Maar we zullen de anderen niet kunnen dienen indien we niet toelaten dat hun realiteit ons beroert. Om daarin te slagen, moeten we de ogen openen en ons laten raken door het lijden dat in onze omgeving bestaat” (Paus Franciscus).

De vraag naar Jezus lijkt niet vooraan te staan in de vragen die mensen zich stellen en is geen stof voor de media. Maar God zij dank zijn er elke dag mensen begaan met medemensen en werken ze aan een missionaire kerk. Dit weekend van 15 t/m 17 maart 2024 vindt in de basiliek van Koekelberg het Missiecongres plaats. Het doel is om de vele mooie initiatieven van parochies, gemeenschappen en verenigingen onder de aandacht te brengen en de beste ideeën uit te wisselen om te getuigen van de liefde van Christus.

“God die leven hebt gegeven in der aarde schoot,

alle vrucht der velden moeten w'U vergelden,

dank voor 't daaglijks brood.

Niet voor schuren, die niet duren, gaaft Gij vruchtbaarheid,

maar opdat op aarde, in uw goede gaarde,

niemand honger lijdt.

Wil dan geven, dat ons leven zelf ook vruchtbaar zij.

Laat in goede daden 't werk van uw genade

opgaan, sterk en vrij” (ZJ 569).

****

Elke graankorrel is een rijke belofte,
hij draagt een wereld in zich.
De graankorrel is als een gebed van een mens in de nacht.
Hij levert zich over aan onbekende machten 
in de zachte en warme geborgenheid van moeder aarde,
waar hij in een stille omhelzing sterven gaat 
om in vruchtbaarheid open te barsten tot nieuw leven.

De graankorrel.
Het grote mysterie van leven en sterven.
Stilte. Eenvoud. Verborgenheid.
zich over.
Hij kent de donkerte van de aarde.
Hij voelt de warmte van de zon.
Hij drinkt de zaligheid van de regen.


De graankorrel ziet nooit de aar maar hij gelooft erin.

De weg van de graankorrel is de weg van ieder mens 
om tot volle ontplooiing te komen

Phil Bosmans: Zomaar voor jou. Vrede en alle goeds